Terug

ZIEKTEN

Cercospora

Wat zijn de typische symptomen van de Cercospora-bladvlekkenziekte en welke schade treedt er op?

• Kleine, rondachtige, grijze bladvlekken met een roodbruine rand en een diameter van 2 tot 3 mm.

• In de vlekken zit grijs mycelium met zwarte punten (sporendragers).

• Vlekken die bij zware aantasting in elkaar overlopen, zijn duidelijk gescheiden van gezond bladweefsel.

• De aantasting verloopt van buiten naar binnen, oudere bladeren worden doorgaans als eerste aangetast.

• De bladeren verdrogen en sterven af, permanente vorming van nieuwe bladeren (ananasachtige kop).

Cercospora

In een vroeg stadium kan de Cercospora-bladvlekkenziekte met de bacteriële bladvlekkenziekte (Pseudomonas) en de Ramularia-bladvlekkenziekte worden verward.

Welk opbrengstverlies treedt bij aantasting door Cercospora-bladvlekken op?

• Door de vorming van nieuwe bladeren ontstaat opbrengstverlies.

• Bovendien daalt het suikergehalte waardoor de suikeropbrengst daalt.

• De daadwerkelijke omvang van de schade is sterk afhankelijk van het begin van de aantasting, het klimaatverloop en het moment van oogsten.

• Uit proeven is gebleken dat de suikeropbrengst bij een ernstige Cercospora-aantasting door de inzet van fungiciden met 20% kan worden verhoogd. (Bron: Krankheiten und Schädlinge der Zuckerrübe (ziekten en schadelijke insecten van de suikerbiet), Rieckmann, W., 1995)

Welke factoren bevorderen de aantasting met Cercospora-bladvlekken?

• Vochtig-warme temperaturen (25–30 °C) en een hoge luchtvochtigheid (min. 96%).

• Het achterblijven van de bietenbladeren op het veld, infectiepotentieel.

• Nauwe vruchtopvolging.

• Regendruppels (beregening) en wind bevorderen de verspreiding binnen de gewassen.

Hoe voorkom ik een aantasting met Cercospora-bladvlekken resp. hoe bestrijd ik de Cercospora-bladvlekkenziekte?

• Houd een 3-jarige vruchtopvolging voor suikerbieten aan.

• Inzet van fungiciden volgens het schadedrempel-principe.

• Regelmatige gewascontrole m.b.t. Cercospora, opvolgen van meldingen van de officiële bladschimmelwaarschuwingsdienst resp. -monitoring en tijdige inzet van fungiciden.

RHIZOCTONIA

Wat zijn de typische symptomen van Rhizoctonia en waar komt Rhizoctonia voor?

Rhizoctonia (Rhizoctonia solani) is een wereldwijd verspreide schimmel. Verschillende groepen van de Rhizoctonia-schimmel (anastomosegroepen) veroorzaken schade aan suikerbieten, maar ook aan aardappelen, graan, raapzaad, maïs, soja en andere gewassen.

Een nauwe vruchtopvolging van suikerbieten, structuurschade in de bodem en een hoge vochtigheid van de bodem bevorderen de ontwikkeling van Rhizoctonia. Ook grote hoeveelheden niet-verrotte organische stof (maïsstro) kunnen de aantasting door Rhizoctonia versterken. Een verdere omstandigheid die aantasting bevordert, is hevige regenval (beregening) in combinatie met hoge temperaturen.

Symptomen op het blad:

• Bladeren verwelken en verdrogen van buiten naar binnen.

• De afgestorven bladeren liggen stervormig rond de biet.

• De hartbladeren blijven groen.

• De verspreiding verloopt nestgewijs en in een later stadium verspreid de ziekte zich over het hele gewas.

Symptomen aan de wortel (droogrot):

• Droge rot, beginnend net onder het grondoppervlak bij het hypocotyl.

• De rotplekken zijn donkerbruin, ingezonken en breiden zich uit tot in de biet.

• Hele planten verschrompelen en sterven af (mummificatie).

• Wit schimmelweefsel.

• Biet rot van buiten naar binnen.

De symptomen van Rhizoctonia zijn eenvoudig te verwarren met Ditylenchus dipsaci, gordelschurft en boriumgebrek.

Het opbrengstverlies door een aantasting van Rhizoctonia kan bij de suikerbietenteelt sterk variëren. Al bij een geringe aantasting kunnen het suikergehalte en de kwaliteit sterk dalen. Afhankelijk van het infectietijdstip en de omvang van het aangetaste gewasoppervlak, kan de schade voor de bietenopbrengst in extreme gevallen zelfs oplopen tot meer dan 50%.

Hoe voorkom ik Rhizoctonia resp. hoe bestrijd ik Rhizoctonia?

• Een aantasting met Rhizoctonia kunt u alleen met teelttechnische maatregelen bestrijden, omdat er geen goedgekeurde fungiciden voor de behandeling van de schimmel bestaan.

• Een tolerant ras zaaien

• Ruime vruchtopvolging voor suikerbieten, minimaal 4 jaar.

• Intensief fijnmaken en inwerken van oogstrestanten, met name maïsstro.

• Oogst en bodembewerking alleen onder droge en gunstige omstandigheden.

• Bevordering van het bodemleven en verbetering van de bodemstructuur door diepwortelende tussengewassen, bijv. bladrammenas.

RHIZOMANIE

Wat zijn de typische symptomen van rhizomanie en waar komt rhizomanie voor?

Rhizomanie is één van de schadelijkste suikerbietenziekten en komt in bijna alle suikerbietteeltgebieden voor. Reeds bij een milde aantasting kan er sprake zijn van opbrengstverlies (pure suikeropbrengst) van bijna 20% bij de teelt van een niet-tolerant soort.

De virusziekte beschadigt het bladapparaat, maar in het bijzonder het wortelsysteem van de bieten. De symptomen kunnen tijdens de plantengroei voortdurend worden vastgesteld. Ook na de oogst kan aan de hand van een kwaliteitsanalyse een aantasting met rhizomanie worden aangetoond.

Symptomen op het blad:

• Gele, vlekkerige verkleuring (chlorose) langs de bladnerven.

• Nestgewijze lichte verkleuringen.

• Verwelkingsverschijnselen ondanks voldoende bodemvocht.

• Opheldering van het blad, lange bladstelen en onnatuurlijk smalle bladschijven bij aangetaste planten.

Symptomen aan de wortel:

• Wortelbaard, extreme groei van zijwortels.

• Afstaande zijwortels en ontstaan van vertakkingen.

• Biet blijft kleiner (met name bij vroege aantasting).

• Ronde groeivorm van biet, insnoeringen.

• Verbruining van de vaatbundelringen in de dwarsdoorsnede van de wortel.

De symptomen kunnen worden verward met een aantasting door bietencysteaaltjes, structuurschade of ook een gebrek aan voedingsstoffen. Een veilige diagnose van rhizomanie is alleen door een laboratoriumanalyse (wortelmonster) mogelijk, met de zogenoemde ELISA-test.

Gevolgen voor de inhoudsstoffen :

• Suikergehalte lager (10–20%)

• Amino-stikstofgehalte duidelijk lager (20–30%)

• Natriumgehalte duidelijk hoger (100–600%)

Engelse benaming: beet necrotic yellow vein virus BNYVV .

Hoe verspreidt rhizomanie zich?

De virusziekte rhizomanie komt via een bodemschimmel in de suikerbiet terecht. De schimmel (Polymyxa betae) gedijt het beste in grond van 15–25 °C en een pH-waarde binnen een neutraal tot zwak alkalisch bereik over optimale omstandigheden voor zijn ontwikkeling. De bodem moet bovendien voldoende vochtig zijn. De zwermsporen (zoösporen) met het virus brengen het virus over als zij in de plantencel binnendringen. Het virus kan zich vervolgens in de suikerbiet of andere waardplanten (bijv. snijbiet, rode biet, spinazie) verder ontwikkelen en verspreiden. In de vorm van resistente sporen (cystosori) kan de schimmel tot wel 20 jaar in de bodem overleven en besmettelijk blijven.

Rhizomanie resp. de bodemschimmel wordt via fijne gronddeeltjes verspreid. Door de inzet van machines voor de bodembewerking, de gewasbescherming, maar ook door oogst- en transportvoertuigen kan rhizomanie worden verspreid. De verspreiding via wind- en watererosie maakt een beheersing van het virus onmogelijk.

Hoe moet ik bij een aantasting door rhizomanie reageren?

Er zijn geen preventieve maatregelen tegen de verspreiding van rhizomanie mogelijk, omdat de bodemschimmel zich als virusoverbrenger al aan de kleinste bodemdeeltjes hecht. Wind- en watererosie verspreiden de schimmel net zoals bodembewerkingsmachines en beregening.

De bodemschimmel kan in de bodem tot wel 20 jaar overleven en blijft hierbij besmettelijk. De bestrijding is ook niet met bestrijdingsmiddelen of teelttechnische maatregelen (vruchtopvolging, teelt van tussengewassen, bodembewerking) mogelijk.

Reeds bij een verdenking van een aantasting van uw akkerland met rhizomanie moet u bietensoorten telen die rhizomanietolerant zijn.

Calculator